Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AD9153

Datum uitspraak2001-10-17
Datum gepubliceerd2002-06-06
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
ZaaknummersWAHV 01/00221
Statusgepubliceerd


Uitspraak

WAHV 01/00221 17 oktober 2001 CJIB 33481340 Gerechtshof te Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Eindhoven van 10 april 2001 betreffende [betrokkene] 1. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. 2. Het procesverloop De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep en daarbij de originele foto's overgelegd. De betrokkene heeft vervolgens gereageerd op de reactie van de advocaat-generaal op de nadere toelichting op het beroep. 3. Beoordeling 3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 170,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen (verkeersbord A1); meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h" welke gedraging zou zijn verricht op 25 maart 2000 op de Rijksweg A2, Westbaan in de gemeente Eindhoven door een voertuig met het kenteken [nummer]. 3.2. De betrokkene stelt in zijn beroepschrift, dat hij niet te hard heeft gereden. Hij stelt dat de flitser door een medeweggebruiker, die hem van rechts passeerde, geactiveerd zou zijn. Voorts beroept hij zich op een uitspraak van de kantonrechter te Den Haag op 30 augustus 2000, die hij heeft aangehaald uit de Telegraaf van 31 augustus 1999, in een zaak die vergelijkbaar zou zijn met de onderhavige, waarin de kantonrechter zou hebben bepaald, dat een fotografische opname van een snelheidsovertreding slechts als wettig en overtuigend kan dienen, indien deze opname een duidelijk en overzichtelijk beeld geeft van de rest van de weg waarop de auto reed. De advocaat-generaal heeft in de reactie op de nadere toelichting op het beroep foto's overgelegd en er onder meer de toelichting bij vermeld, dat een brief van de KLPD inhoudt, dat het systeem een foutmelding geeft indien een geflitst voertuig op hetzelfde moment dat het geflitst wordt, wordt ingehaald. De betrokkene stelt in zijn brief van 20 september 2001, waarin de betrokkene reageert op de overgelegde foto's, dat de apparatuur wel een 'F' foutmelding heeft gegeven, maar dat een deel van de F op de foto van de vermeende gedraging is weggevallen. 3.3. Op de door de advocaat-generaal overgelegde foto's is het voertuig met het kenteken [nummer] te zien, maar ook de weg waarop dit voertuig ten tijde van de snelheidsmeting reed. Die foto's laten niet zien, dat bedoeld voertuig ten tijde van de snelheidsmeting door een ander voertuig werd ingehaald en ook niet dat er een 'F' foutmelding is gegeven. 3.4. Het hof overweegt daarom het volgende. Gelet op de door de advocaat-generaal overgelegde foto's - die een duidelijk en overzichtelijk beeld geven van de weg waarop de betrokkene reed - is aannemelijk, dat het voertuig met het kenteken [nummer] ten tijde van de snelheidsmeting niet werd ingehaald door een ander voertuig die de flitser geactiveerd zou hebben en is reeds daarom niet aannemelijk geworden, dat de apparatuur een 'F'foutmelding heeft gegeven. Derhalve is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. De kantonrechter heeft het beroep derhalve terecht ongegrond verklaard. 3.5. Uit het vorenoverwogene volgt, dat de bestreden beslissing dient te worden bevestigd. 4. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.